Concertprogramma Zaterdag 20 november Gereformeerde kerk Voorthu\zen

 Orgelconcert door Evert van de Veen op de laatste zaterdag van het kerkelijk jaar

Zaterdag 20 november 2021
Registrant: Hein van de Veen en Henk van der Steeg
Beamerpresentatie:
Thema: “Geslachten gaan, geslachten zullen komen: wij zijn in Uw ontferming opgenomen”
(Psalm 90 berijming 1968)

1. Liedbewerking: “Neem Heer, mijn beide handen en leid           Jan Zwart
    Uw kind tot ik aan d’eeuw’ge stranden de ruste vind!”             1877-1937)

2. Twee koraalvoorspelen:                                                           Johann Sebastian Bach
- Gottes Zeit is die allerbeste Zeit (BWV 106)                               (1685-1750)
Gods tijd is de allerbeste tijd. In Hem sterven wij te rechter tijd
wanneer Hij wil
- Wachet auf ruft uns die Stimme (BWV 645)
Dit lied gaat over de grote Bruiloft en avondmaal waarvoor we
ons gereed moeten maken. “Wij volgen naar de feestzaal en
nemen deel aan het avondmaal”.

3. Koraal met variaties over Psalm 90                                          Evert van de Veen
                                                                                                  (1963)
Koraal met variaties over Psalm 90 heb ik geschreven voor mijn broer,
Wouter. In het openingskoraal en een aantal variaties zult u de stijl
herkennen van Felix Mendelssohn Bartholdi en Cornelis de Wolf.
Psalm 90 gaat over de broosheid van ons leven, maar ook over een God
die een Toevlucht is van geslacht tot geslacht. In variatie twee en vier heb
ik bewust gekozen voor de zogenaamde voorimitatie om de tekst van het
slot van deze psalm te versterken. In het laatste deel van deze psalm
klinkt een gebed: “Bevestig Gij het werk onzer handen, ja, het werk onzer
handen, bevestig dat”.

4. Drieluik “In Paradisum” (Voor mijn moeder)                             Evert van de Veen
(Naar Théodore Dubois)

- “Voor alle heil’gen”
- “Er is een land van louter licht”
- “O God die droeg ons voorgeslacht

Bij het drieluik “In Paradisum” over de liederen “Voor alle Heil’gen”,
“Er is een land van louter licht” en “O God, die droeg ons voorgeslacht”
heb ik me laten inspireren door de componist Théodore Dubois.
Hij componeerde het “In Paradisum” (In het Paradijs). Deze bewerking
heb ik geschreven voor mijn moeder, kort nadat mijn vader is overleden.


5. Lamentation                                                                         Alexandre Guilmant
                                                                                                (1837-1911)

Guilmant schreef dit werk ter herinnering aan een goede vriend
die in 1870 om het leven kwam tijdens een bombardement op Parijs.
Het werk begint als een soort dodenmars met puntige ritmes in het
pedaal, die overgaat in een passage met een prachtige uitkomende
melodie. De volgende sectie werkt toe naar een grote climax.
Daarna keert het begin weer terug, maar dan als een milde en
verstillende afsluiting.

6. Choralvorspiel “Wer nur den lieben Gott lässt walten”           Otto Dienel
                                                                                               (1839-1905)
Wie maar de goede God laat zorgen en op Hem hoopt in
’t bangst gevaar is bij Hem veilig en geborgen, die redt Hij
godd’lijk, wonderbaar.

7. Koraal met variaties over Psalm 116                                     Evert van de Veen
   (Ter nagedachtenis aan mijn vader † 21-01-2021)

De variaties over psalm 116 heb ik geschreven ter herinnering aan mijn vader. Hij is op 16 januari 2021 overleden. Deze psalm geeft veel herinneringen aan mijn vader. Hij was een gelovig mens, had God lief en ging daarom graag naar de kerk. Het laatste jaar en zeker de laatste dagen van zijn leven kampte hij met ernstige benauwdheid. Psalm 116 spreekt van al deze dingen.
Daarom kwam de gedachte op om deze variaties te schrijven over psalm 116, “God heb ik lief….”. Het klankidioom is hoofdzakelijk gerelateerd aan die van de Barok. De variaties zijn gedacht vanuit een aantal coupletten van de psalmberijming van 1968, waar mijn vader vertrouwd mee was.

Na een inleidend koraal volgt de eerste eerste variatie waarbij ik gebruik heb gemaakt van dezelfde ritmische beweging als die van het koraalvoorspel “Alle Menschen müssen sterben,” BWV 643, van Johann Sebastian Bach. De tekst van het eerste couplet van de psalm spreekt over de grote heerlijkheid die ons te wachten staat als we God liefhebben.

De tweede variatie is gedacht vanuit het tweede couplet, dat spreekt over de benauwdheid die mensen meemaken in hun leven. Om dit uit te beelden heb ik gebruik gemaakt van het zogenaamde “Seufzermotiv” (=zuchten) dat met name door Bach veel werd toegepast in verschillende van zijn composities. Ook heb ik gebruik gemaakt van een motief dat in het slotkoor van de Mattheuspassion naar voren komt (“Wir setzen uns mit Tränen nieder”).
De cantus-firmus staat in de mineur toonsoort om de inhoud van de tekst te onderstrepen.

Variatie drie is gecomponeerd als trio met de cantus-firmus in de linkerhand. Bij het contrasubject in de rechterhand heb ik gebruik gemaakt van melodielijnen uit lied 416 van het Nieuwe Liedboek: “Ga met God en Hij zal met je zijn”. Mijn vader citeerde deze woorden een dag voordat hij stierf. Uitgangspunt voor deze variatie is de tekst van het derde couplet van de psalm dat spreekt van een ontfermende God.

Voor de vierde variatie heb ik gebruik gemaakt van dezelfde ritmische beweging als die van het koraalvoorspel “Wer nur den lieben Got lässt walten”, BWV 642, van Johann Sebastian Bach. Bij ons is dit lied bekend onder de titel “Wie maar de goede God laat zorgen en op Hem hoopt in ’t bangst gevaar……” Daarom heb ik deze bewerking geschreven met betrekking tot het vijfde couplet van de psalm waarin staat: “…..ik wist het wel dat Gij nog met mij waart in ’t diepst van mijn benauwen”.

Variatie vijf is gebaseerd op het zesde couplet waarin de grote Naam van God wordt bezongen. Deze variatie is gecomponeerd in de klassieke stijl, uit de tijd van componisten als Haydn en Mozart.

Tot slot Variatie zes, gebaseerd op het achtste couplet van psalm 116. Hier gaat het over het gejubel in de voorhof des Heren. In de berijming van 1773 staat: “Ik zal met vreugd in ’t huis des Heren gaan”. Een bewerking met steeds een voor-imitatie van elke koraalregel met vervolgens de cantus-firmus in de pedaalpartij.

8. Liedbewerking “Wat de toekomst brengen moge”                     Feike Asma
Eenmaal zie ik al uw luister, als ik in Uw hemel kom!                    (1912-1984)

9. Fantasie over “Eens als de bazuinen klinken”                           Evert van de Veen
 

Eens, als de bazuinen klinken, uit de hoogte, links en rechts,
duizend stemmen ons omringen, ja en amen wordt gezegd,
rest er niets meer dan te zingen, Heer, dan is uw pleit beslecht.

Van die dag kan niemand weten, maar het woord drijft aan tot spoed,
zouden wij niet haastig eten, gaandeweg Hem tegemoet,
Jezus Christus, gist’ren, heden, komt voor eens en komt voor goed!!